Gensignalen, wat zijn dat en wat heb je eraan?

Hiermee bedoelen we de informatie die afgeleid kan worden vanuit de structuur en de activiteit van het genetisch materiaal. Deze structuur en activiteit bepalen in belangrijke mate de prestaties van koeien. We onderscheiden grofweg twee vormen van genoomonderzoek en elke vorm levert zijn eigen specifieke gensignalen op:

  • Structurele genomica. Hiermee bedoelen we onderzoek naar de aanwezigheid van bepaalde genvarianten. Deze onderzoeksinformatie over erfelijke eigenschappen is belangrijk voor fokkerij
  • Functionele genomica. Dit onderzoek richt zich op de activiteit en werking van genen. Hierbij wordt onderzocht hoe koeien reageren op prikkels vanuit de omgeving (stress, voeding, ziektekiemen etc.).

Figuur 1: Functionele genomica

Door de nieuwe genomicatechnieken is steeds meer mogelijk en kunnen meer gensignalen tegelijkertijd (20.000 – 60.000) gemeten worden. Deze kennis kan worden ingezet ter verbetering van diergezondheid en welzijn, hogere productie en beter rendement. Fokkerij organisaties benutten deze kennis voor een efficiëntere en snellere selectie van dieren met de gewenste (complexe) kenmerken. De kennis kan ook toegepast worden om tot optimalisatie van dierkenmerken te komen door verbeterd management en betere diervoeding. De veehouder zelf heeft namelijk grote invloed op de werking van de genen van de dieren op zijn bedrijf. Met de gekozen bedrijfsvoering is hij of zij in staat de werking van die genen te sturen en te beheersen.
Meer informatie

 

"Fokken gaat veel sneller met genomische selectie".