Melkeiwitten lijken indicatief voor drachtigheid
Een proteomics aanpak is uitermate geschikt om naar "alle" eiwitten in
een biologisch monster te kijken. Dat kan een melkmonster zijn, of een
bloedmonster, of een weefselmonster. In een pilot studie met 32 dieren
die gefinancierd was door Productschap Zuivel is gezocht naar een
patroon van melkeiwitten dat mogelijk geassocieerd is met drachtigheid
van melkvee. De resultaten van deze pilot-studie suggereren dat er
inderdaad eiwitten zijn waarvan de gehaltes in de melk van drachtige
koeien anders zijn dan die in de melk van niet-drachtige koeien.
Zulke verschillen zijn al op dag 21 na inseminatie zichtbaar. Er is
echter een grote spreiding in de concentratie van deze (en andere)
melkeiwitten tussen individuele dieren, zowel bij drachtige als niet-
drachtige dieren. Op basis van de concentratie van één eiwit in de
melk, kon 93% van de drachtige dieren correct geclassificeerd worden,
en maximaal 67% van de niet-drachtige dieren.
Het onderscheidend vermogen van de geïdentificeerde eiwitten is nog te
laag om drachtige en niet-drachtige dieren correct te classificeren.
Met de verkregen sensitiviteit en specificiteit kan geen betrouwbare
drachtigheidstest worden opgezet. Om toch tot een drachtigheidstest te
komen zal een grotere steekproef met meer dan 32 dieren genomen moeten
worden. Tevens zullen de eiwitprofielen dan op verse melk bepaald moeten
worden. Het project heeft kennis opgeleverd over de aanwezigheid van
mogelijke eiwitbiomarkers in melk van drachtige en niet-drachtige koeien
die de basis kunnen vormen voor toekomstige drachtigheidstesten waarmee
de tussenkalftijd van de veestapel verkort kan worden. Door de beschikbaarheid
van zulke testen zal er minder tijd nodig zijn voor tochtdetectie.
De technologische ontwikkelingen in de afgelopen jaren maken het mogelijk
om een drachtigheidstest in de markt te gaan zetten, zodra de biomarkers
geïdentificeerd en gekarakteriseerd zijn en de specificiteit en
sensitiviteit van hun voorspellende waarden hoog genoeg zijn.
Lees meer:
Dracht meten uit melk
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met : Mari Smits